Groen op de raad 1 juni 2026

01 Juni 2026

Groen op de raad 1 juni 2026

Een leegstandsbeleid kan meer sociale woningen bieden en de druk op de woningmarkt beperken. Wat is de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd op onze diensten?

Interpellatie over het ‘leegstandbeleid’ in Ieper

Volgens een rapport van de Bond Beter Leefmilieu zijn er in Ieper zo’n 460 woningen leegstaande woningen, dus geadresseerde woningen die méér dan 2 jaar leeg staan en waar leegstandtaks op geheven wordt. Voor de duidelijkheid: leegstaande verdiepingen boven handelshuizen die geen vaste bewoning kennen, vallen niet onder deze cijfers.

Terwijl tijdelijke en noodzakelijke leegstand van vastgoed, de zogenaamde frictieleegstand, noodzakelijk is voor verbouwingen en verhuizingen, is structurele of langdurige leegstand een groeiend probleem dat leidt tot verwaarlozing en verloedering van wijken. In Ieper komt deze leegstand neer op 2,17%. Dat is opvallend veel hoger dan het Vlaams gemiddelde van 1,26% en ook dan de gemiddelde score van onze regio, de Westhoek 1,33%.

Vanuit deze vaststelling, 460 officieel leegstaande panden, mag het dan ook niet verbazen dat de provincie dit jaar aan onze stad geen quotum voor nieuwe woningbouw meer toekende, zoals recent op de GRCORO werd medegedeeld en toegelicht. Een preventief en doortastend leegstandsbeleid kan ook meer kansen bieden voor betaalbaar en sociaal wonen. Het is bovendien een bruikbare pijler binnen het Burgemeesterconvenant om de beoogde klimaatdoelstellingen te helpen behalen. Activering van leegstand betekent immers: minder nood aan nieuwe woningen, minder inname van open ruimte, minder verharding, minder verbruik van materialen of energie en dus ook minder uitstoot, enzovoort.

We vragen dan ook dat dit bestuur niet enkel meer doortastend optreedt bij leegstand door een consequent beleid te voeren met beperkte vrijstellingen op de leegstandsbelasting, maar daarnaast ook preventief en aanklampend werkt. We stellen daartoe graag voor om enkele mogelijke acties in overweging te nemen die een daadwerkelijk en doelgericht leegstandsbeleid kunnen ondersteunen.

1) De woningen op het leegstandsregister kunnen via publicatie online openbaar beschikbaar gesteld worden voor geïnteresseerde kopers of investeerders.
2) Eigenaars worden via een gerichte en duidelijke infocampagne gestimuleerd om hun eigendom als sociaal verhuurpand via de sociale huisvestingsmaatschappij ter beschikking te stellen, met duidelijke verwijzing naar de garanties en de voordelen hiervan.
3) De stad kan een pand dat minstens twee jaar leeg staat, gedurende negen jaar in beheer nemen, renovatiewerken uitvoeren en vervolgens sociaal verhuren. Als de termijn van negen jaar niet volstaat om de kosten terug te verdienen, kan deze verlengd worden. De stad zou dit sociaal beheersrecht in de eerste plaats als drukkingsmiddel kunnen invoeren en indien noodzakelijk effectief toepassen.
4) De stad kan leegstaande panden ook zelf opkopen en ontwikkelen wanneer er zich opportuniteiten voordoen die passen binnen het herwaarderen van de openbare ruimte. Denk aan het verbeteren van de beeldkwaliteit en het openruimtebeleid.

Op deze manier kan leegstand een handvat worden om meer sociale woningen te creëren, de druk op de huurmarkt te verlichten en zelfs de beeldkwaliteit van onze stad en haar deelgemeenten te verbeteren. Een creatieve en vooruitziende aanpak van deze materie lijkt ons dan ook gewenst.

Alvast bedankt voor uw visie op en uw concrete aanpak van deze toch wel ernstige problematiek.

 

Vraagstelling omtrent de aanpak en toekomst voor de nieuwe “leefloners” in Ieper

Vorig jaar, op de gemeenteraad van 26 maart 2025, stelden wij de vraag of de stad en haar dienst Welzijn voldoende voorbereid waren om de gevolgen van toen aangekondigde maatregelen om vanaf 1 Jan 2026 de werkloosheid te beperken in de tijd tot maximum 2 jaar, op te vangen.

Met concrete cijfers communiceerde de stad hierover via haar persbericht van 27 april. Op 1 januari 2026 verloren 28 mensen die meer dan 20 jaar werkloos waren hun uitkering. Maar ook de inschakelingsuitkering voor jongeren, de vroegere wachtuitkering, werd vanaf 1 januari 2026 beperkt tot max 2 jaar. Over hoeveel jongeren het gaat werd echter niet gecommuniceerd. Op 1 maart volgden 51 mensen met 8 tot 20 jaar werkloosheid. Vanaf 1 april, toen ook de mensen met meer dan twee jaar werkloosheid hun steun verloren, gingen de Ieperse cijfers pas echt in stijgende lijn: er kwamen 74 werklozen bij. Per 1 juli worden nog 75 werklozen verwacht, tussen 1 juli en 30 juni 2027 nog eens 65 werklozen en op 1 juli 2027 nog een restgroep van 19 werklozen. Dit zijn natuurlijk prognoses, de werkloosheid fluctueert immers dagelijks.

Tot eind april hebben 56 mensen een leefloon aangevraagd bij de dienst Welzijn. De Ieperse percentages van het aantal steunvragers ligt wel aanmerkelijk hoger dan het Vlaams gemiddelde van 38,1%, namelijk 66,67% in de eerste fase en 57,89% in de tweede fase.

In totaal zullen in Ieper op anderhalf jaar tijd 315 werklozen hun uitkering verliezen. Deze maatregel zou bedoeld zijn om deze personen vlugger naar een passende job te leiden. Verschillende onderzoeken en rapporten tonen intussen aan dat iemand zijn uitkering afnemen niet zomaar leidt tot tewerkstelling. Volgens Groen is deze maatregel dan ook vooral een budget-geïnspireerde ingreep met zware sociale gevolgen voor mensen die het sowieso al moeilijk hebben. De RVA-wetgeving voorzag reeds in sancties voor langdurig werklozen, via het Artikel 80, maar wel met dat verschil dat zij de kans kregen om zich te verdedigen via een gesprek bij de RVA en hierbij ondersteund werden door hun vakbond. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat heel wat getroffen mensen naar het Grondwettelijk Hof stappen om hun basisrecht op een vervangingsinkomen op te eisen.

De antisociale maatregel laat nu al sporen na in Ieper. Een vrijwilliger bij de Voedselbank getuigt : “We voelen dit goed in de Voedselbank, er is al een extra verdeeldag bijgekomen om de vele nieuwkomers te bedienen.” En wie ervan uitgaat dat de grootste groep werklozen uit allochtonen zou bestaat, slaat de bal mis. In Vlaanderen is 80% van de getroffen mensen autochtone Vlaming, 10% inwoners van EU-landen en 10% allochtonen van buiten de EU.

Als het huidige percentage aanvragen voor een leefloon aanhoudt, mag de Ieperse dienst Welzijn zich verwachten aan 150 tot 180 nieuwe dossiers. Positief is zeker dat wie een aanvraag indient voor een leefloon, niet alleen financieel kan geholpen worden, maar ook begeleid wordt naar werk. Maar tegelijk wringt hier het schoentje. Zonder ook maar enigszins afbreuk te doen aan de professionele inzet van onze dienst Welzijn, vragen wij ons af of zij erin zal slagen om moeilijk te plaatsen werklozen te begeleiden naar de arbeidsmarkt. De VDAB beschikt immers over een ruime expertise en kan hierbij beroep doen op externe diensten zoals ARGOS, MOBIUS, maatwerkbedrijven, ... en toch lukte het haar onvoldoende om langdurig werklozen aan een job te helpen.

Daarbij komt nog dat Ieper een zeer hoge tewerkstellingsgraad kent van om en bij de 80%. Er zijn dan ook relatief weinig openstaande vacatures voor laag of kort geschoolden. En wat met de langdurig werkzoekenden die door zware medische, psychische of sociale problemen niet direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt, de zogenaamde “niet-toeleidbaren” of werklozen met het statuut Welzijn? Zelfde vraag geldt voor de ondersteuning van de groeiende groep mantelzorgers.

We leggen u dan ook graag volgende vragen voor:

  1. Hoe zit het met de dossierlast per medewerker op de dienst Welzijn, is er voldoende personeel met expertise terzake om de vele aanvragen op te vangen?
  2. Hoeveel jongeren verloren vanaf 1 januari hun inschakelingsuitkering?
  3. Hoeveel van de sedert 1 januari geschorste Ieperse werklozen zijn intussen opnieuw aan het werk?
  4. Hoe verloopt de samenwerking met de VDAB, Argos, en zijn er contacten met maatwerkbedrijven in het kader van sociale tewerkstelling ?
  5. Wat gebeurt er met de groep van “niet-toeleidbaren”? Worden zij opgevangen door de dienst Welzijn, of worden die trajecten uitbesteed? Met welke externe organisaties wordt er daarvoor samengewerkt?
  6. Hoeveel mensen kunnen worden tewerkgesteld via artikel 60 paragraaf 7 uit de OCMW-wet?