Groen op de raad maart 2026

03 Maart 2026

Groen op de raad maart 2026

Hierbij onze interpellaties en vragen van de afgelopen gemeenteraad:

  • Interpellatie: beslissing minister Brouns waterproblematiek
  • Vraag: Hoe gaat het stadsbestuur om met de besparingen van De Lijn en de mogelijke schrapping van landelijke busritten?
  • Vraag: Is men bereid om met voorlopige verkeersmaatregelen de leefbaarheid in de dorpskom Brielen op zeer korte termijn te herstellen?

Interpellatie: Beslissing minister Brouns waterproblematiek

Vorige week vernamen we via de pers hoe Vlaams minister van leefmilieu Brouns de problematiek omtrent onze drinkwaterkwaliteit zou aanpakken. Vorig jaar verhoogde de minister, zogezegd tijdelijk voor 2 jaar, de normen voor de aanwezigheid van residuen van 1,2,4-triazolen; het intussen beruchte afbraakproduct van schimmelwerende pesticiden, met factor 10, namelijk van 0,1 naar 1 microgram/l. Die Europees vastgelegde norm werd immers overschreden bij de Ieperse drinkwaterproductie in Zillebeke en Dikkebus, en in het waterproductiecentrum van De Blankaart, dat 363.000 mensen bedient. Daar werden concentraties gemeten tot 0,7 microgram per liter.
Het ‘drinkwaterplan’ om deze schadelijke triazolen uit het drinkwater in onze Westhoek te halen, had eind december al klaar moeten zijn, maar werd al twee keer uitgesteld.

Nu vernemen we dus dat de minister de tijdelijke verhoging van de Europese norm met factor 10, wil verlengen en zelfs omvormen tot een permanente, blijvende verhoging. Met andere woorden: hij lost een probleem op door datzelfde probleem bij wet nu plots als nieuw ‘normaal’ te erkennen. Dit is een onaanvaardbare en immorele werkwijze.
We kennen intussen dergelijke aanpak van de president van de Verenigde Staten, die er inderdaad in slaagt om wetenschappelijk bewezen problemen, denk aan de klimaatverandering, bij wet als onwaarheid, als fake news, af te doen. Dergelijke dwaze politieke fantasieën verdient Vlaanderen echter niet.

We weten intussen dat 1, 2, 4-triazolen, als afbraakproduct van schimmelwerende pesticiden uit de landbouw, alsook TFA, een afbraakproduct uit de groep van de PFAS-pesticiden, gevaarlijk is voor onze gezondheid, met name voor de voortplanting en mogelijke afwijkingen bij de foetus. Artsen en onderzoekers waarschuwen bovendien voor mogelijke resistentie tegen schimmelwerende medicijnen door het gebruik van schimmelwerende pesticiden. Dat moet extra alarmbellen doen afgaan nu deze afbraakproducten ook in het drinkwater zijn aangetroffen.

De in milieuzaken gespecialiseerde juriste Isabelle Larmuseau die deze zaak opvolgt, stelt duidelijk: “Er is geen enkele rechtsgrond voor zo’n afwijking, dit is flagrant onwettig. Dat wil dus zeggen dat honderdduizenden West-Vlamingen blootgesteld blijven aan 10 keer meer pesticiden in hun drinkwater dan de rest van Vlaanderen. Dat is spelen met de gezondheid van die West-Vlamingen.” Wij dus …

Tot voor kort werd deze vervuiling nog afgeschilderd als een diffuus probleem zonder duidelijke oorzaken. Dat argument is nu achterhaald: de Watergroep heeft zelf onderzoeksbureau VITO ingeschakeld om de herkomst van 1,2,4-triazolen in kaart te brengen.
De resultaten zijn duidelijk. Voor de vervuiling in de Blankaart wordt gewezen naar zeven voedselverwerkende bedrijven in de regio, met voorop de gekende grote aardappelverwerkende bedrijven. Maar het basisproduct dat die bedrijven verwerken, die zijn toch afkomstig van onze landbouwproductie? In Dikkebus en Zillebeke wijst het rapport duidelijk op landbouw als dominante bron.
Verder werden residu’s aangetroffen bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties en in het afvalwater van het regionaal ziekenhuis, wellicht afkomstig van schimmelwerende medicijnen.
De schuld doorschuiven naar de industrie, zoals gepoogd werd, is niet eerlijk: de agrarische industrie maakt immers gebruik van het werk van onze landbouwers, die de voorbije jaren massaal aardappelen gingen kweken, dus ook massaal schimmelwerend pesticiden toepasten om aan de hoge vereisten van de aardappelverwerkende industrie te voldoen. Met alle milieugevolgen vandien.
Eigenlijk zou de aardappelverwerwerkende bedrijven, die enorme winsten maken en intussen hun activiteiten naar veel goedkopere en loonlanden met veel minder strenge milieunormen aan het verleggen zijn, een deel van hun winsten moeten besteden aan het remediëren van de milieuvervuiling, waar wij in de Westhoek nu mee geconfronteerd worden.

Het VITO-rapport bevestigt ook dat gewone zuiveringstechnieken om triazolen uit te schakelen, simpelweg onvoldoende zijn. Technologische innovatie kondigt zich in deze materie nog niet aan, dus is en blijft de aanpak aan de bron de enige zekere weg. Intussen laat de minister toe dat in Ieper en een groot deel van de Westhoek permanent water uit de kraan loopt dat elders niet eens mag gedronken worden.

Belangrijk is wel dat nu ook de Watergroep luidop pleit voor een aanpak ‘aan de bron’. Zo zou de minister bepaalde pesticiden best kunnen verbieden. Wat niet in het drinkwater geraakt, moet er nadien ook niet uit weggefilterd worden.
Maar in het ontwerpplan van de minister wordt met geen woord gerept over een verbod op pesticiden. Nederland, Denemarken, Noorwegen en Zweden verbieden bijvoorbeeld wél al PFAS-pesticiden. En Wallonië verbiedt pesticiden in grondwaterwinningsgebied.

"Er is nood aan afgebakende beschermingszones voor drinkwaterwinning, deze zones omvatten de beekvalleien."

En hier wil toch dieper op ingaan: wat zijn de winningsgebieden van oppervlaktewater voor Ieper? Wie op de hoogte is van de waterhuishouding in onze streek, en eerlijk bezorgd is over de kwaliteit van onze drinkwaterwinning, kijkt verbaasd op dat op het Gewestplan enkel en alleen de Verdronken Weide en de vijvers van Dikkebus en Zillebeke als wingebied voor drinkwater zijn vastgelegd, terwijl dat in feite enkel de verzamelgebieden zijn, de bekkens waar het oppervlaktewater via grachten, bronbeken en beken naartoe vloeit.
Het gewestplan maakt in deze een enorme fout. De gebieden waar het drinkwater letterlijk vandaan komt, de echte waterwinningsgebieden, omvatten de beekbekkens van de Bollaertbeek, de Vijverbeek en de Kemmelbeek, wat dus samenvalt met het werkgebied van het project WaterLandSchap, dat eind 2019 is opgestart en recent dus verlengd werd. De kaarten zijn zeer duidelijk en u ongetwijfeld bekend: de verste bronzones van de Kemmelbeek en de Bollaertbeek liggen op de flanken van de Kemmelberg, de Vijverbeek ontspringt op de hellingen van de Ieperboog. In Wijtschate vormen drie bronbeken in het Kampagnebos de Wijtschatebeek en vele grachten vormen uiteindelijk de Diependaalbeek, de belangrijkste voedingsbeken van de Bollaertbeek.
Dat zijn de waterwingebieden waar dus strengere maatregelen moeten van toepassing zijn in functie van de drinkwaterkwaliteit.
Let wel: het Gewestplan duidt in Vlaanderen een 40-tal afgebakende beschermingszones voor drinkwaterwinning aan, in onze provincie liggen er 2 ten zuiden van Brugge. Maar dus niets in onze regio.

Ik citeer hierbij letterlijk de visie van Hans Goossens, directeur-generaal van de Watergroep: “Samen met andere waterbedrijven pleiten we voor bronbescherming: ervoor zorgen dat er geen verontreinigende stoffen in de natuur en het water komen. Dat is zowel op korte als op lange termijn de meest duurzame oplossing.”

En hiermee kom ik terug op mijn interpellatie van begin 2025, waarbij ik pleitte voor volwaardige, levende bufferzone van minstens 5 tot 10 meter aan weerszijden van al onze waterlopen, om de duurzame, op natuurlijke principes gebaseerde ecosysteemdiensten in ere te herstellen en daardoor zowel de erosie van de bodem, als de insijpeling van meststoffen en van pesticiden, dus ook gifstoffen zoals triazolen, TFA, PFAS-pesticiden en de complexe soep van alle andere pesticiden tezamen.

Trouwens, recente wetenschappelijke inzichten wijzen steeds nadrukkelijker op de nog ongekende gevolgen die de combinatie van en het op mekaar inwerken van alle residu’s van gifstoffen tezamen, in de eerste plaats in ons drinkwater, maar zeker ook in ons ongezuiverde oppervlaktewater veroorzaken.

Samengevat vragen we het bestuur om de kwaliteit van ons drinkwater te verbeteren door de problemen aan de bron aan te pakken:

  • enerzijds op korte termijn binnen het project WaterLandSchap een flink tandje bij te steken voor wat de concrete inrichting van duurzame, levende bufferzones langs onze waterlopen betreft
  • anderzijds om vanuit de stad initiatief te nemen om de volledige beekbekkens waar ons drinkwater vandaan komt, via een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan, te laten vastleggen als drinkwaterwinningsgebied. Dat zou een duidelijk signaal opleveren voor alle betrokken instanties om met effectieve en, opnieuw, duurzame! Maatregelen te werken aan het herstel van de waterkwaliteit in onze beekbekkens.

Binnen deze context dient er bij de minister op aangedrongen te worden om:

  • het gebruik van pesticiden af te bouwen en uiteindelijk volledig te verbieden binnen de drinkwaterwingebieden;
  • het gebruik van PFAS-houdende pesticiden op zeer korte termijn te verbieden
  • Industriële lozingen van pesticiden en afbraakproducten van pesticiden en PFAS-houdende producten volledig te stoppen

Vraag: Hoe gaat het stadsbestuur om met de besparingen van De Lijn en de mogelijke schrapping van landelijke busritten?

Recent kondigde Annick De Ridder, Vlaamse minister van Mobiliteit, aan dat Vervoermaatschappij De Lijn bovenop de gekende 30 miljoen besparingen, nog eens 5,5 miljoen euro extra moet besparen. Concreet zouden daardoor buslijnen met een gemiddelde bezetting van minder dan 8 passagiers geschrapt worden.
Deze extra besparingen komen bovenop de besparende maatregelen van enkele jaren geleden, en lokken heel wat negatieve reacties uit vanuit alle politieke partijen, zoals vorige woensdag 25 februari bleek in het Vlaamse Parlement. Vooral lokale besturen protesteren luidop tegen deze verdere afkalving van openbaar vervoer in landelijke gebieden. In de Kempen hebben alle 27 gemeenten en alle partijen intussen hun ongenoegen geuit tegenover de minister.

Het is duidelijk dat er door het afschaffen van de landelijke, en logischerwijs minder druk bezette buslijnen, heel wat doelgroepen opnieuw uit de boot (of beter de bus) zullen vallen. En dat gaat opnieuw over de minder kansrijke mensen uit onze maatschappij: ouderen, mensen met beperkingen, mensen die in maatwerkbedrijven werken, maar ook vele scholieren die vanuit de dorpen en landelijk gebied hun middelbare school in de stad moeten bereiken.
Recente cijfers leren dat 47,5 procent, dus bijna de helft van de Ieperlingen, verder dan 500 meter van een bushalte woont, en 8,7 procent of 3.050 Ieperlingen meer dan één kilometer moet afleggen voor ze een bushalte bereiken. Dat is meer dan de zogenaamd ‘aanvaardbare afstand van 750 meter’ die De Lijn zelf vooropstelt. Deze afstanden zijn voor heel wat ouderen, mensen met beperkingen en kinderen die dagelijks op openbaar vervoer zijn afgestemd, echt niet vanzelfsprekend.
Welnu, het zal precies deze kwetsbare groep van onze medeburgers zijn, die het hardst zullen getroffen worden door deze nieuwe besparingen. Landelijke gebieden kennen de meeste vervoersarmoede en hebben dus minstens evenveel nood aan openbaar vervoer als stedelijke gebied. Uit de commentaren van minister De Ridder viel duidelijk op te maken dat de hele constructie vanuit een grootstedelijke visie is opgemaakt, zeg maar vanuit Antwerpen. De landelijke bevolking, en dus zeker onze Westhoek, moet voor de zoveelste keer opnieuw “zijn plan trekken”.
De Lijn verdedigt zich door te stellen dat er na de afschaffing van minder bezette reguliere buslijnen, extra Flexvervoer zal worden ingezet. Uit ervaring weten we dat dit voor vele mensen praktisch niet haalbaar is. Een flexbus moet je reserveren, wat voor velen al niet evident is, en brengt zijn passagiers naar de dichtstbijzijnde halte, waar je moet overstappen, met tijdverlies en complicaties als gevolg. In de praktijk vormt het voor veel mensen een te grote drempel.

Tegenover deze achtergrond stellen we het stadsbestuur volgende vragen:

  • De Lijn beweert dat ze momenteel hierover onderhandelt met de gemeenten. Is dit al gebeurd in Ieper en wat was het resultaat hiervan?
  • Via de media horen we dat de meeste gemeentebesturen binnen hun vervoersregio weinig inspraak hebben over deze beslissingen. Wat was de Ieperse inbreng of houding binnen onze lokale ‘Vervoersregioraad Westhoek’?
  • Heel wat mensen nemen de bus niet meer omdat de halte nu al te veraf is als gevolg van de vroegere besparingen, die meer dan 300 bushaltes in de Westhoek liet afschaffen. Daardoor moeten sommige mensen 1 à 3 km stappen tot aan de eerste bushalte. En nu worden de mensen die toch nog op de bus zijn aangewezen, opnieuw afgestraft.
    Hoe beoordeelt het bestuur de visie van de minister om bussen die minder dan 8 personen per rit vervoeren, af te schaffen?
  • Werd er over deze kwestie al gedebatteerd in het Westhoekoverleg, waar alle Westhoekgemeenten in vertegenwoordigd zijn, en wat was hiervan het resultaat?

Vraag: Is men bereid om met voorlopige verkeersmaatregelen de leefbaarheid in de dorpskom Brielen op zeer korte termijn te herstellen?

De problematiek van de verkeersdoorgang op de N8 door de dorpskom van Brielen staat al sinds de jaren 1980 op de agenda. Oorspronkelijk was de kwestie rechtstreeks verbonden met de geplande doortrekking van de autosnelweg A19 van Ieper naar Veurne en het brede protest daartegen.
Nadat de definitieve schrapping van die doortrekking in juni 2012, volgden diverse projecten om de verbinding Ieper-Veurne te optimaliseren. Helaas blijft de doortocht door Brielen een enorm pijnpunt. Een vergevorderd project sneuvelde helaas in 2018 en zo blijft het probleem sinds méér dan 40 jaar onopgelost.

Vorig jaar werd een nieuw, zogenaamd ‘complex project verbinding Ieper-Veurne’ opgestart. Wij volgen dat van nabij op en steunen het breed opgezette inspraakmodel dat tot een gedragen oplossing moet leiden.
Helaas stellen we vast dat het, in het beste geval en op voorwaarde dat zowel de planningsfase als de technische fase zonder vertragingen van welke aard kunnen doorgaan, nog minstens 6 jaar zal duren vooraleer de situatie is aangepakt en hopelijk opgelost.
Dat zal dus niet meer voor deze legislatuur zijn, ten vroegste voor 2033.

Nee, we mogen echt de 50ste verjaardag van deze problematische verkeerssituatie en leefbaarheid in Brielen niet afwachten.

Daarom vraagt GROEN Ieper het stadsbestuur met aandrang om op zo kort mogelijke termijn een aantal technisch haalbare en best betaalbare maatregelen te nemen, uiteraard in nauwe samenspraak met het Agentschap Wegen en Verkeer. Deze maatregelen hebben als doel om
1. Het zware vrachtverkeer maximaal uit het dorp weg te houden
2. Het doorgaand verkeer door het dorp te ontmoedigen
3. De leefbaarheid en veiligheid voor de bewoners nu reeds gevoelig te herstellen

Concreet stellen we volgende maatregelen voor:
1. Verbod voor zwaar verkeer vanaf 3,5 ton of 5 ton doorheen Brielen, tussen de Noorderring en de Kapellestraat (uitgezonderd voor ‘aangelanden’?)
2. Instellen fietszone met dus ook algemene snelheidsbeperking tot 30 km/u in de gehele dorpskom, vanaf de Adriaansensweg/Noordhofweg tot de Drietorenweg (= 920 meter)
3. Voorzien van verkeersremmende maatregelen door enkele fysieke hindernissen met asverschuivingen die het autoverkeer vertragen (vb verkeerspaaltjes met plantenbakken, …)

Op deze manier wordt het gewone bestemmingsverkeer door het dorp sterk vertraagd en dus veel veiliger, terwijl het doorgaand en het zware verkeer wordt ontraden of verboden en zich, naargelang de bestemmingen, kan verspreiden via de andere grote verbindingswegen richting de kust, Veurne en Diksmuide.
We weten dat dit omrijden gemiddeld 10 km meer zal bedragen, maar dan wel aan hogere snelheid van 70 tot 90 km/u, zonder grote hindernissen.

We vragen het stadsbestuur om deze aanpak te ondersteunen, en alle mogelijkheden uit te putten om AWV te overtuigen van de noodzaak om op zo kort mogelijke termijn deze voorlopige maatregelen uit te werken.
Nogmaals, het is moreel niet te verantwoorden om de mensen in Brielen nu nog minstens 6 jaar (of meer) te laten wachten op een veilige en leefbare dorpskom.